Deze gele smet is te schel om op te gaan in land- geen wonder dat de pont vanaf de kade elke drie minuten naar de overzijde wordt gespuugd verlost van groen waarnaar het zich niet voegen kan het schip stoort zich intussen aan willekeurig niets- langs de ketting klieft hij wolk en water als was het zoete dikke melk die loom en willoos steeds gestaag haar loop herneemt. Zo schikt alles zich in trage kolken terug in het gareel geen schip, geen brug, geen storm of ongenadig zonlicht breekt dit spel dat consequent toen met nu en straks verbindt naar onbuigbaar protocol. De pontbaas schikt mijn munten nauwgezet: welbeschouwd is hij de zuivere constante die deze discipline enkel wijzigt wanneer beweging tussen land en land verbroken wordt.
