Hadden we alles maar gelaten zoals het stampvol was
dit klein vertrek onaangeroerd en zonder reserves geduld-
had ik eerder toch begrepen dat schrobben en kwasten
meer vertroebelt dan verbleekt wat ijverig gestapeld werd.
Mijn ziel eruit -waarom- ik weet dat zelf nog nauwelijks,
lijk ik, ontkleed, even waterkoud geworden als de witte ruimte zelf-
doorzichtig meer dan naakt schijnt mijn lichaam door dit vertrek
dwingender dan ooit de marges van mijn broosheid te markeren.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd
Gepubliceerd door Kerti Mulatság
Dichter. Onderzoeker. Specialisme tekst-beeldrelaties in de kunsten.
Docent & onderwijsinnovator op StJoost Academy of Art & Design.
Roeien, fietsen, schaatsen.
Sport & de kunsten bestaan niet zonder elkaar voor mij.
Bekijk alle berichten van Kerti Mulatság