INKEER

Hadden we alles maar gelaten zoals het stampvol was
dit klein vertrek onaangeroerd en zonder reserves geduld-
had ik eerder toch begrepen dat schrobben en kwasten
meer vertroebelt dan verbleekt wat ijverig gestapeld werd.

Mijn ziel eruit -waarom- ik weet dat zelf nog nauwelijks, 
lijk ik, ontkleed, even waterkoud geworden als de witte ruimte zelf-
doorzichtig meer dan naakt schijnt mijn lichaam door dit vertrek 
dwingender dan ooit de marges van mijn broosheid te markeren.

Plaats een reactie