vast te willen leggen toont zich
nergens groter dan in de knop
van de magnolia: zij is een belofte,
onbereikbaar, want steevast onbenoembaar.
Verpozing in het beeld dat noopt tot stilstand
tussen broosheid en drang tot volle bloei:
het verlangen de tijdelijkheid te vorderen
is wat het meest begeerlijk lijkt-
maar goddank nog net de hoogmoed voor zal zijn
door het breken van haar knop.
