Op het water wordt zij toch verrast
door het verdriet dat herfst al jaren
in zich draagt: niet de koude,
maar de warmte van november
honoreert herinnering die
zij niet wil- niet nu.
Het is een al te soepel glijden
dat haar zegt dat zij keer op keer
onmachtig achterblijft.
Der Lauf der Dinge spoedt zich voort
en rammelt aan het raamwerk
dat zij zich onbreekbaar had gefopt.
