KANT|WAL

Vier glazen bodems sprongen onder
potten bramen uit- dik en paars
als de plekken op mijn benen
en even warm- plakt aan mij

wat als kind oneindig ver
van huis altijd thuis zou zijn:

knotwilgen stomp en laag langs sloot en dras
soppend gras en klei die eetbaar leek:
met stok en tak verrezen zo paleizen
wolk voor wolk veroverd op de lucht.

Waar het gevaar van nooit meer
huiswaarts keren groter was dan waar-
lieten wij de vrije loop wat uren later
toch weer tembaar bleek.

Zoet en warm schrijnen bij herhaling
deze wonden: pleister ongewenst.

Plaats een reactie